Spring naar inhoud

Organisatiekosten

Organisatiekosten

In deze paragraaf staan de specifieke kaders en uitgangspunten benoemd die betrekking hebben op de organisatiekosten. 

Personele organisatie

Het portefeuilleplan geeft richting aan onze plannen en ambities en is een belangrijk uitgangspunt voor het opstellen van de afdelingsbudgetten. Daarnaast wordt ook de beoogde FTE-ontwikkeling op afdelingsniveau ingediend om de plannen en ambities te kunnen verwezenlijken. 

Voor het inrekenen van de nog in te vullen vacatures in 2027 hanteren we het uitgangspunt dat de ingangsdatum van het contract van de nieuwe medewerker per 1 juli is, waardoor de salariskosten voor 50% worden meegenomen in de begroting. 

Duurzame inzetbaarheid 

Medewerkers worden gefaciliteerd, ondersteund en uitgedaagd om zich blijvend te ontwikkelen en hun persoonlijk budget van € 2.500,--per jaar te benutten. 

Het persoonlijk budget wordt op basis van het aantal FTE ingerekend in de meerjarenbegroting. Daarnaast wordt aangesloten bij de ervaringscijfers dat 50% van het budget in het betreffende jaar daadwerkelijk wordt besteed. Specifieke opleidingen en incompany trainingen op afdelingsniveau worden door de afdeling HRM geïnventariseerd en op organisatieniveau opgenomen in de begroting. 

Heffingen, belastingen en verzekeringen 

Zakelijke lasten 

De Onroerende Zaakbelasting (OZB) en heffing waterschapslasten wordt op basis van de gemiddelde WOZ-waarde per gemeente berekend aan de hand van de geprognotiseerde tarieven. Voor de WOZ- stijging wordt aangesloten bij de leegwaardestijging conform het handboek modelmatig waarderen.  

Vennootschapsbelasting

De in te rekenen vennootschapsbelasting wordt bepaald op basis van het verwachte fiscale resultaat. Dit is gebaseerd op het commerciële resultaat, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde winstbestand delen, fiscale afschrijvingen en de ATAD. Er zijn geen te verrekenen fiscale verliezen. Gedurende het begrotingsproces wordt de vennootschapsbelasting door WALS berekend. In September wordt bepaald of bijstelling van de berekende vennootschapsbelasting noodzakelijk is. 

Obligoheffing WSW/ Saneringsheffing 

Obligoheffing WSW en evt. saneringsheffing wordt overeenkomstig de uitgangspunten in de Leidraad Economische Parameters ingerekend. In 2025 bedroeg de obligoheffing 0,0269% van de geborgde lening portefeuille. 

Financiering 

De financiering is als volgt ingerekend; eerst benutten we onze liquide middelen en trekken we de eventuele ruimte in de roll-over leningen vol. Na volledige benutting van de beschikbare liquiditeiten wordt financiering aangetrokken. Zowel de DAEB als de niet-DAEB tak willen we (indien nodig) financieren met leningen die qua looptijd passen in een gebalanceerde lening portefeuille conform de financieringsstrategie. 

Voor de rentelast hanteren we de lange rente uit de Leidraad Economische Parameters. De duration van de portefeuille bedraagt 11 jaar en het gemiddelde rentepercentage van Accolade is op 31-12-2025 3,3%. 

Voor de jaarlijkse verwerking van de roll-over lening geldt een gemiddelde opname van 50% van de hoofdsom van € 25 miljoen tegen het EURIBOR tarief per 1 september met een opslag van 15 basispunten (met een minimum van 3%) als uitgangspunt.  

Voorwaardelijk is dat het niet-DAEB deel commercieel geëxploiteerd moet worden, dat het niet-DAEB deel zelfstandig levensvatbaar is en bij een kapitaalbehoefte commercieel moet lenen. Het DAEB deel kan derhalve niet uitlenen aan het niet-DAEB deel. 

Het informele beleid van Accolade aangaande het niet-DAEB deel is om overtollige liquide middelen (> € 10 mln.) middels winstuitkering over te hevelen naar het DAEB deel.