Algemene kaders en uitgangspunten
7.1Algemeen kader
De begroting 2024-2038 wordt opgesteld rekening houdend met de volgende aspecten:
- De balans, Winst- en verliesrekening in zowel de categorale als functionele indeling en het kasstroomoverzicht in zowel zijn totaliteit als gescheiden in DAEB en niet-DAEB;
- De gescheiden balansen DAEB en niet-DAEB per 31-12-2022, zoals opgenomen in de toelichting op de Jaarrekening 2022, gelden als startbalans voor het forecastjaar 2023;
- Vastgestelde verdeelsleutels voor de kostenverdeling voor zowel de scheiding DAEB en niet-DAEB als voor de functionele indeling van de Winst- en verliesrekening i.r.t. Aedes benchmark;
- Kasstroomoverzicht volgens de “directe methode”;
- Waardering van het vastgoed op marktwaarde in verhuurde staat conform bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ peildatum 31-12-2022). Hierbij wordt uitgegaan van Full waardering op totale bezit;
- Waardering van het vastgoed op de ‘beleidswaarde’ t.b.v. de toetsing op de financiële ratio’s;
- Leidraad Economische Parameters zoals die door Aw en WSW zijn voorgeschreven voor de dPi2023.
- Het gezamenlijk beoordelingskader Aw/ Wsw;
- RJ-uiting 2019-6 Ontwerp RJ 645 invoering Beleidswaarde;
- Kaders, financiële ratio’s en parameters volgens deze kadernotitie;
- Memo “Position paper Onderhoud en Verbetering” d.d.31-03-2020 en de toepassing van de definities voor onderhoud, verbetering en beheer zoals gepubliceerd door Aw, WSW en BZK;
- Treasury jaarplan van Accolade.
De begroting 2024-2038 gaat daarnaast uit van de volgende onderdelen die specifiek van belang zijn voor Accolade:
- Kaders voor begroting worden in april/ mei vastgesteld, met als doel om richting te geven aan de ambities van Accolade voor de komende jaren en het inzichtelijk maken van de grote financiële en beleidsmatige kaders waar in de begroting rekening mee moet worden houden.
- Meerjarenbegroting wordt voor 15 jaren opgesteld door alle afdelingen. Uitgaande van de afdelingsplannen betekent dit dat de jaren 1 t/m 5 zo concreet mogelijk in beeld worden gebracht om realistische kasstromen op te nemen. De jaren 6 t/m 15 worden op basis van ambitie en beoogde doelstelling op afdelingsniveau uitgewerkt en toegelicht in een jaarplan.
- Afstemming tussen Onderhoud en Asset over de complexstrategieën voor het vastgoed (wat gaan/ willen we doen met bepaalde complexen/ vhe‘s – sloop / renovatie / doorexploiteren) is randvoorwaarde. Sturing vanuit AM-pakket is hierbij noodzakelijk.
- De prognose per 1 juli 2023 wordt als uitgangspunt genomen voor de balans- en kasstroomposten ultimo 2023.
De jaarbegroting wordt nader onderbouwd door:
- Toelichting vanuit bestuur (kadernotitie) en toelichting vanuit MT (jaarplannen en /of afdelingsplannen);
- Jaarplannen en/ of afdelingsplannen maken onderdeel uit van het begrotingsproces. De plannen worden zo concreet mogelijk toegelicht en (financieel) onderbouwd en aangeleverd o.b.v. gestandaardiseerde uitvraagtemplates. Dit geldt eventueel ook voor de focusprojecten;
- Eenduidige formatiebegroting, met waar nodig afstemming met de meer-jaren vastgoedbegroting;
- Een begroting obv het functionele model, dit naast de huidige categorale begroting. Hiermee kan de begroting beter vergeleken worden met de jaarcijfers;
- De begroting wordt opgesteld binnen de vastgestelde kaders en rekening houdend met het gepubliceerde gegevensmodel dPi 2023 door SBR Wonen, zodat een soepele indiening van de dPi is gewaarborgd.
Vanuit de evaluatie van de begroting 2023 wordt voor de volgende verbeterpunten extra aandacht gevraagd:
- Meer interactie en integraliteit inbouwen tussen afdelingen bij het presenteren en toelichten van de jaarplannen door managers. Er wordt gekeken om enkele wijzigingen aan te brengen aan de opzet van deze dag.
- Het gesprek binnen het MT voor de uiteindelijk keuze voor het definitieve begrotingsscenario is vorig jaar ervaren als vrij oppervlakkig waarbij de betekenis of de gevolgen van het scenario niet voor ieder MT-lid duidelijk was. Voor het begrotingsjaar 2024 wordt voorafgaand aan het begrotingsproces een inhoudelijk gesprek gevoerd over de volkshuisvestelijke en strategische keuzes. Dit wordt gedaan via 2 discussieavonden over het volkshuisvestelijke afwegingskader georganiseerd door Strategie & Beleid.
- De realisatie-index, het verschil tussen de daadwerkelijke realisatie en de begrote beïnvloedbare bedrijfslasten, blijft onverminderd een aandachtspunt. In het kader “we doen wat wij zeggen” wordt aan de managers gevraagd om een scherpere en meer realistischere inschatting te doen van de ingediende budgetten. Planning & Control coördineert en toetst de samenhang van de ingediende budgetten en doet een kritische beoordeling.