Spring naar inhoud

Bijlage 1

1 Toelichting op de kostenverdeelstaat

Hieronder volgt een uitgebreider toelichting op de kostenverdeelstaat. Daarnaast wordt ook toegelicht waarom de realisatie afwijkt van de prognose. Afrondingsverschillen kunnen voor komen, waardoor een volledige aansluiting met de kostenverdeelstaat op alle punten niet mogelijk is. 

A3 Overige opbrengsten
De overige opbrengsten zijn in T1 hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de problematiek met de warmtepompen in de nieuwbouwwoningen aan de Geelgorsstraat. Accolade heeft hier veel werk van. Er is met de aannemer overeen gekomen dat Accolade de gemaakte uren voor deze problematiek mag doorbelasten. Er is tot nu toe zo’n € 25K doorbelast. Daarnaast zijn er ook nog € 7K extra opbrengsten als gevolg van een verzekeringskwestie rondom diverse kleinere schadegevallen.

B2 Personeelskosten
In de begroting 2024 is een cao-stijging van 8,5% meegenomen voor de salariskosten. In werkelijkheid is dit uitgekomen op 10% en een eindejaarsuitkering van 2%. De prognose wordt echter niet aangepast, omdat het verwachte aantal fte voor dit jaar lager blijft dan in de begroting was opgenomen. Op 1 mei had Accolade 161 van de 170 begrote fte’s in dienst.

B5 Kosten toezicht
De kosten van toezicht lopen met een realisatiegraad van 54% achter op de begroting. Dit wordt veroorzaakt doordat de ontvangen facturen betrekking hebben op het eerste kwartaal, de maand april is nog niet gefactureerd. Daarnaast zijn de facturen van 2 RvC leden nog niet ontvangen. Het is niet nodig om de prognose aan te passen.

B6 Kantoorkosten De kantoorkosten wijken in T1 31% af van de begroting, zo’n 500K. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de kosten m.b.t. IT. Er wordt in T2 onderzocht in hoeverre dit wordt veroorzaakt door het ingerekende seizoen patroon van de begrote kosten. Op dit moment is 50% van de jaarbegroting uitgegeven, de verwachting is dat de begroting in 2024 volledig wordt gerealiseerd. Er wordt daarom geen prognose aanpassing gedaan op de jaarbegroting.

B7 Algemene kosten
Binnen de algemene kosten blijven de kosten voor Marketing & Communicatie en Focusprojecten achter op de begroting. De realisatiegraad is respectievelijk 28% en 21%. De uitgaven voor Marketing & Communicatie zijn sterk afhankelijk van de realisatie van projecten van andere afdelingen. De verwachting is dat dit in de loop van 2024 alsnog gerealiseerd wordt. De prognose wordt daarom niet aangepast.

De realisaties van contributies voor Aedes en kringen zit bijna € 50K boven de begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een hoger tarief voor de VFW.

Bij Leefbaarheid is flink meer uitgegeven dan begroot, 175% van het begrote bedrag in T1 en 58% van de jaarbegroting. Dit wordt voor een deel veroorzaakt door de overloop van een groter project uit 2023 en uitgaven voor een aantal specifieke projecten in 2024. De realisatie en begroting worden op dit moment op complexniveau naast elkaar gezet, om te kunnen bepalen of de overschrijding te maken heeft met de timing van grotere projecten, of dat dit moet leiden tot een prognose aanpassing. Dit zal in T2 worden doorgevoerd.

Daarnaast is bekend geworden dat de Obligoheffing voor 2024 € 120K zal bedragen. Dit is € 450K lager dan is begroot. De prognose voor de algemene kosten wordt daarom met € 450K verlaagd.

B9  0nderhoud
De prognose voor de onderhoudskosten is met € 400K verhoogd. Het contractonderhoud planmatig is in 2024 niet juist begroot. Het contract met Breman voor CV onderhoud is gesplitst, een deel wordt uitgevoerd door Feenstra. Deze splitsing heeft tot hogere kosten geleid die niet waren begroot.

C Financiële baten en lasten
De realisatie van de financiële baten en lasten wijken bijna € 500K of ten opzichte van de begroting. Dit wordt enerzijds verklaard door de boeking van de transitorische rente, die eind van het jaar weer tegen geboekt. Dit zorgt voor een vertekend beeld. Daarnaast is in de begroting een aanname gedaan voor de rentelasten op de roll-over lening. Er is tot dusver minder opgenomen, waardoor de rentelasten lager uitvallen. Aangezien dit geen zekerheid geeft voor de rest van het jaar, wordt de prognose op dit moment nog niet aangepast.

D Verkoopresultaat
Het verkoopresultaat was in T1 negatief begroot, de verwachting was dat de boekwaarden hoger zouden zijn dan de verkoopwaarden. Zoals in hoofdstuk 3 verder wordt toegelicht, is de gemiddelde verkoopprijs 13% hoger dan begroot. Hierdoor ontstaat een boekwinst in plaats van een boekverlies. In hoofdstuk 3 wordt ook toegelicht dat de verwachte verkoopopbrengst van de complexmatige verkopen lager uitvalt dan begroot. De jaarprognose voor het verkoopresultaat wordt daarom verlaagd van € 5.114K naar € 1.868K. 

We beperken ons in dit hoofdstuk tot de toelichting op afwijkingen die groter zijn dan 10% van de begroting of van een bijzondere aard zijn. Daarnaast wordt ook toegelicht waarom de realisatie afwijkt van de prognose. Afrondingsverschillen kunnen voor komen, waardoor een volledige aansluiting met de kostenverdeelstaat op alle punten niet mogelijk is.