Gezamenlijk beoordelingskader Aw en WSW
4.1 Doelstelling
Accolade wenst te voldoen aan de “treasury criteria”, zoals die door het Aw en WSW zijn opgenomen in het gezamenlijk beoordelingskader, versie maart 2022. In de hoofdstukken 9.3.2 tot en met 9.3.5 worden de diverse onderdelen met betrekking tot de treasury activiteiten nader uiteengezet. Onderstaand wordt per hoofdstuk een samenvatting van de beoordeling weergegeven.
4.2 Beheersing Treasury & Financieringsstrategie
In hoofdstuk 9.3.2 van het gezamenlijk beoordelingskader wordt beoordeeld of de corporatie de risico’s verbonden aan treasury activiteiten voldoende beheerst en een financieringsstrategie heeft die aansluit op de portefeuillestrategie.
Deze beoordeling ziet met name toe op een kwalitatieve beoordeling, waarbij onder andere aandacht is voor de navolgende items:
• Er is zichtbare aansluiting tussen de portefeuille- en de financieringsstrategie.
• De strategische keuzes ten aanzien van de financiering zijn concreet uitgewerkt en onderbouwd, zoals de relatie tussen de looptijd van de leningen en het in stand houden van de kwaliteit vastgoed.
• Procedures, limieten, functiescheiding, controle, toezicht en rapportage (AO/IB) zijn ingericht en de werking is aantoonbaar goed. De accountant heeft geen opmerkingen bij de AO/IB.
• Treasury statuut en treasury jaarplan is beschikbaar, compleet, concreet en actueel, waarbij treasury jaarplan ook onderdeel uit kan maken van de jaarlijkse begroting.
• Mandaat van de treasury functie is duidelijk omschreven in statuut en jaarplan, en de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn duidelijk vastgelegd.
• Er is voldoende kennis op het gebied van treasury processen en producten aanwezig, niet alleen bij de treasury functie maar ook bij het bestuur en de RvB en RvC.
• Aanwezigheid van functiescheiding.
Er wordt 1 kwantitatieve beoordeling uitgevoerd:
• Nominale schuld / operationele kasstroom. De uitkomst laat zien hoeveel jaar het duurt om (in theorie) met de operationele kasstroom de leningenportefeuille terug te betalen. Deze legt daarmee de relatie tussen de financieringspositie/-strategie en de kwaliteit van de vastgoedportefeuille bloot. Naarmate dit getal stijgt, neemt het belang van een goede aansluiting tussen financierings- en vastgoedstrategie toe. We kijken naar de verwachte schuldpositie ten opzichte van de verwachte operationele kasstroom in de vijf prognosejaren. Indien deze trend in enig jaar > 35 is, wordt verdiepend onderzoek gedaan.
Er wordt een risicoscore “laag” toegekend bij de navolgende conclusie:
Er zijn geen signalen dat de kwaliteit van de financieringsstrategie en/of de beheersing van de treasury activiteiten onvoldoende is. De AO/IB rondom treasury is van een goed niveau (geen opmerkingen accountant).
4.3 Renterisico
In hoofdstuk 9.3.3 van het gezamenlijk beoordelingskader wordt beoordeeld of de operationele kasstromen, het resultaat e/of het vermogen van de corporatie negatief worden beïnvloed door veranderingen in de rentestanden.
Gezien het kapitaalintensieve karakter van de sociale woningbouw zijn corporaties voornamelijk met vreemd vermogen gefinancierd. De rentelasten hierop vormen een belangrijke uitgavenpost. Bij een stijging van de renteniveaus op de geld- en kapitaalmarkten zullen corporaties met een hoog renterisico (op termijn) geconfronteerd worden met hogere rente-uitgaven en daarmee lagere operationele kasstromen.
Het renterisico wordt beoordeeld aan de hand van de rente typische vervalkalender van de leningen. De rente typische looptijd kan worden gedefinieerd als ‘het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding’. Cruciaal is dat de corporatie, zowel voor de DAEB-tak als de niet-DAEB-tak, de rente typische vervalkalender van leningen goed beheerst en in voldoende mate spreidt, zodat het renterisico beperkt wordt.
Er wordt een risicoscore “laag” toegekend bij de navolgende conclusie:
Het renterisico op de leningenportefeuille voldoet in de komende tien jaren aan de drie
navolgende criteria:
• De eerste vijf jaren per jaar maximaal 15% renterisico én
• De eerste vijf jaren totaal (jaar 1 t/m 5) maximaal 20% renterisico, én
• De tweede vijf jaren totaal (jaar 6 t/m 10) maximaal 20% renterisico.
4.4 Herfinancieringsrisico
In hoofdstuk 9.3.4 van het gezamenlijk beoordelingskader wordt beoordeeld of de corporatie een herfinancieringsrisico loopt.
Herfinancieringsrisico is het risico dat de corporatie geen financiering kan aantrekken op het moment dat dit nodig is c.q. dat de corporatie geen aflossingen kan doen op het moment dat dit noodzakelijk is.
De beschikbaarheid van financiering is van groot belang voor een corporatie. Spreiding in de herfinancieringsmomenten van geborgde leningen leidt tot een lager herfinancieringsrisico. Tegelijkertijd is het van belang om ook op korte termijn herfinancieringsmomenten te hebben, zodat de corporatie de mogelijkheid tot aflossing heeft in geval daar behoefte aan is. Hier moet de corporatie een balans in vinden, afhankelijk van de financieringsbehoefte van de corporatie.
Er wordt een risicoscore “laag” toegekend bij de navolgende conclusie:
Het herfinancieringsrisico op de leningenportefeuille voldoet in de komende tien jaren aan de volgende criteria:
• Op jaarbasis maximaal 15% herfinancieringsrisico, én
• Iedere twee jaar minimaal 5% herfinancieringsrisico.
4.5 Liquiditeitsrisico
In hoofdstuk 9.3.5 van het gezamenlijk beoordelingskader wordt beoordeeld of de corporatie over voldoende liquiditeiten beschikt om aan de verplichtingen op korte termijn te kunnen voldoen.
Liquiditeitsrisico is het risico dat de corporatie niet aan zijn direct opeisbare verplichtingen kan voldoen. Een corporatie heeft over het algemeen relatief stabiele en planbare operationele ontvangsten en uitgaven. De ontvangsten en uitgaven uit investeringen en verkopen zijn daarentegen minder goed in te schatten. Het is van belang dat een corporatie goed zicht heeft op de liquiditeitsbehoeften op basis van een liquiditeitsprognose en -planning.