Spring naar inhoud

1.6 Eigen vermogen

In het beleidsvormingsproces van Accolade is de vraag 'hoe groot moet de omvang van het eigen vermogen zijn om de continuïteit van de organisatie te borgen?

Het antwoord op deze vraag bestaat uit een aantal elementen.

De minimale omvang van het eigen vermogen c.q. vermogenspositie wordt door externe en interne partijen bepaald. Met externe partijen worden met name het WSW en de Aw en indien van toepassing de banken bedoeld. De betrokken interne partijen zijn het Bestuur, ondersteund door de financiële afdelingen, de controller, de auditcommissie en de RvC.

Aw/WSW
Het Aw en WSW hebben een gemeenschappelijk beoordelingskader.

In het gemeenschappelijk beoordelingskader ligt vast: 
• de risicogebieden waarnaar de Aw en WSW kijken(scope);
• de concrete kwantitatieve en kwalitatieve beoordelingselementen in die risicogebieden (inhoud); 
• de weging en samenhang van de bevindingen(risicogericht);
• de benodigde gegevens (input).

Om te kunnen blijven investeren is een permanente toegang tot de kapi­taalmarkt voor Accolade van belang. De toegang tot de kapitaalmarkt loopt via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Voor Niet-Daeb investeringen gelden andere criteria.

ICR en LTV
Accolade stuurt in 2026 op een ICR van minimaal 1,54 (minimum eis WSW 1,4) en een LTV van maximaal 70%. Indien Accolade niet in staat is om aan het vereiste WSW - niveau met betrekking tot de omvang van het eigen vermogen en of de positieve kasstromen te voldoen, kan een situatie ontstaan waarin de continuïteit van Accolade in gevaar komt. Bij het opstellen van de meerjarenbegroting wordt het beleid van Accolade hierop getoetst.

Secundair zal de omvang van het eigen vermogen voldoende moeten zijn om de externe risico’s op te vangen. Externe risico's vloeien voort uit een aantal niet of nauwelijks beïnvloedbare factoren, zoals marktrente, inflatie, verkopen(prijzen), milieurampen, stijgende grondstofprijzen en (geo)poli­tieke en maatschappelijke ontwikkelingen.

Dekkingsratio
De dekkingsratio geeft de verhouding weer tussen de omvang van de lening portefeuille en de marktwaarde van het aan het WSW in onderpand gegeven bezit. Door het WSW is als norm gesteld dat deze niet meer dan 70 procent mag zijn.

Operationele kasstroom en nominale schuldpositie (interne norm)
Accolade stuurt op een minimale operationele kasstroom van € 20 miljoen en een maximale nominale schuldpositie van € 700 miljoen (voor de eerste 5 jaar). Deze wordt herzien in 2026. Om een gezonde financiële huishouding voor de (middel)lange termijn te waarborgen vindt Accolade het verstandig om een maximum nominaal schuldenplafond van € 700 miljoen vast te stellen. De hoogte van dit schuldenplafond is te herleiden door de officieuze norm voor de Terugverdientijd Leningen van 35 jaar te vermenigvuldigen met de minimale jaarlijkse operationele kasstroom van € 20 miljoen.

Rentelasten ten opzichte van bruto huuropbrengsten (interne norm)
Om een gezonde verhouding tussen de exploitatielasten te houden heeft Accolade de verhouding van de rentelasten ten opzichte van de bruto huuropbrengsten gemaximeerd op 20%.  Dit is een harde interne norm.

Terugverdientijd Leningen (interne signaalwaarde)
Het betreft de verhouding van de operationele kasstroom ten opzichte van de nominale schuld.Deze ratio laat zien hoeveel jaar het duurt om met de operationele kasstroom de lening portefeuille terug te betalen. Met andere woorden: hoeveel jaar moet de operationele kasstroom gehandhaafd worden om de nominale schuld af te lossen. In het gezamenlijk beoordelingskader van de Aw/ WSW is deze signaalwaarde vastgesteld op 35 jaar. Accolade hanteert intern ook een signaalwaarde van 35 jaar.

Maximum toename lening portefeuille (interne signaalwaarde)
Als signaalwaarde hanteert Accolade € 35 mln per jaar als maximum voor de toename van de lening portefeuille.

Nominale schuld per Daeb-woning (interne signaalwaarde)
De nominale per Daeb-woning wordt bepaald door het nominale schuld restant van de leningen te delen door het aantal Daeb woningen en woongelegenheden. Accolade hanteert een signaalwaarde voor de nominale schuld van € 40.000 per Daeb- woning.